Atlete Lornah Kiplagat over haar echte droom

fotograaf: Marieke vd Velden
Door Willem van Leeuwen
‘De veranderingen in Afrika moeten van de meisjes komen’
De missie van atlete Lornah Kiplagat reikt verder dan het winnen van medailles met hardlopen. Die zijn eerder een middel om haar echte droom te verwezenlijken: emancipatie van vrouwen in Afrika. In Iten in Kenia –zo’n 500 kilometer ten noorden van Nairobi- runt ze samen met haar partner het High Altitude Trainings Centre. Hier krijgen talentvolle jonge vrouwen de kans om te sporten én een opleiding te volgen. ‘Vrouwen dragen de economie in Afrika’.
‘In de trainingskampen in Kenia in mijn jeugd heb ik vaak meegemaakt dat mannen, Afrikaanse atleten, me opdroegen klusjes voor ze te doen. Ze namen mij als vrouw volstrekt niet serieus. Ze zeiden dan dat ik hun kleding moest wassen, of ze smeten hun hardloopschoenen naar me toe om schoon te maken. Maar ik heb altijd mijn hoofd geschud:it doesn’t work that way, man. Ik kon dat gedrag niet uitstaan, het maakte me woedend. Het sportklimaat voor vrouwen in Kenia was zo slecht dat ik in de jaren negentig naar Europa ben vertrokken. Wel heb ik me toen voorgenomen dat ik, als ik prijzengeld zou winnen, zou terugkeren naar mijn geboortegrond om iets te doen aan de ongelijke situatie tussen mannen en vrouwen. Ik won prijzen en ben in 1997 teruggekomen, met mijn partner en zaakwaarnemer Pieter Langerhorst.’
‘Iten is nu booming en dat komt toch vooral dankzij ons Trainings Centre. Het was een behoorlijke gok om onze plannen juist hier, in the middle of nowhere, te verwezenlijken. Voor 1997 was Iten een doodstil oord, met nauwelijks economische activiteit. Er gebeurde eigenlijk helemaal niets. Maar we waren nog niet begonnen met bouwen of de mensen uit de streek gingen ook aan de slag. Het leek wel of iedereen heeft gewacht op dat ene moment dat iemand durfde te investeren. Iten groeit maar door. Er worden gewassen verbouwd, fruit gekweekt, er zijn winkeltjes gekomen. Keniaanse atleten die eerst bij ons hebben getraind, kopen hier nu stukjes grond in de buurt en bouwen er een huisje voor zichzelf. Dit is zo belangrijk voor Kenia: dat atleten, die in het buitenland prijzengeld hebben verdiend, uiteindelijk weer hierheen komen en dat geld investeren. Het gaat allemaal niet zo snel, maar het is als een steen die van een berg rolt, hij gaat steeds harder.’
‘Omdat ik de helft van het jaar in Nederland woon en de andere helft in Iten, kan ik twee werelden vergelijken. In Nederland wordt harder gewerkt, vooral door mannen. Hier moeten we het van de vrouwen hebben. Zie je hier ooit een vrouw op een muurtje zitten te niksen? Nooit. Vrouwen dragen de economie in Afrika. Stel je voor dat de mannen net zo hard zouden werken als de vrouwen, dan hadden we een onvoorstelbare welvaart. Maar mannen zijn lui. Of lui, het lijkt wel of ze zich niet realiseren dat hard werken goed voor je is. They just don’t get it. Dan loop ik langs zo’n groepje mannen die niet meer doen dan een beetje dom kletsen onder een boom, en dan heb ik echt de neiging om ze toe te roepen: ‘Jesus, get your butt up and do something!’ Socializen is prima, maar dan wel na het werk.’
‘Ik heb het geluk gehad, dat ik in een progressief gezin kon opgroeien. Mijn broers moesten thuis net zo goed de handen uit de mouwen steken als ik. Mijn vader wilde ook niet dat ik werk voor mijn broers deed. Een nog groter geluk was dat mijn broers dat begrepen en accepteerden. Ze hebben me nooit voor hun karretje gespannen, we hielpen samen bij het werk in en om het huis. Ooit zag ik mijn broer bezig met het verzamelen van brandhout op het land – een uitgesproken vrouwenklus- en ik herinner me dat ik toen even gloeide van trots. Hij voelde zich niet te goed voor dat zogenaamde vrouwenwerk. Hun houding heeft me enorm gemotiveerd, want ik dacht: als mijn broers ook het dagelijkse werk kunnen doen, waarom de rest van de Afrikaanse mannen dan niet? Het is een kwestie van mentaliteit.’
‘De bouw van het trainingsinstituut was een zware klus. Er was helemaal niets op deze plek. De stenen moesten met de hand uit de rotsen worden gehakt. Er liepen hier zo’n zestig werklieden rond, die in het begin niet konden geloven dat ik hun baas was en dat ze door mij werden betaald. Ze accepteerden het niet. Ik zei ze: ‘Ik ben degene die de opdrachten geeft en als dat je niet bevalt, dan kun je gaan’. Het duurde precies één week voordat ze gewend waren aan dat rare idee dat een vrouw ook de baas kan zijn. Toen was het over en hadden ze respect voor me. Sommigen van die mannen werken hier nu nog. Wat zegt dit nu? Het zegt dat er in dit land wel degelijk dingen kunnen veranderen. Als het moet in een week.’
‘Met ons trainingscentrum trekken we jonge talenten en topatleten uit de hele wereld die gebruikmaken van onze faciliteiten, die genieten van de natuur en die profiteren van de ijle lucht. We zijn hier immers op 2400 meter hoogte. Met de inkomsten hieruit kunnen we onze ideële doelen financieren. Het instituut is uiteindelijk wel opgezet om jonge, getalenteerde atletes uit de omgeving de mogelijkheid te bieden een topsportbestaan in het hardlopen op te bouwen. Tegelijkertijd kunnen die meisjes bij ons aan hun schoolvaardigheden werken, want dat is hoognodig hier. Meisjes gaan nog veel te weinig naar school. Bij ons leren ze meer dan rekenen en taal. Ze leren ook dat de wereld niet overal dezelfde is. Dat die diepgewortelde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen helemaal geen traditie is, maar doodgewone luiheid. Hier worden ze geconfronteerd met jongens die hun eigen kamer moeten schoonhouden. Je moet de gezichten van die meisjes eens zien als ze voor het eerst werkende jongens
zien! Als die meisjes straks trouwen en een eigen gezinnetje stichten, dan kunnen zij ervoor zorgen dat hun dochters geen voetveeg worden en hun zonen luilakken.’
‘Kennis, daar draait het in het leven om. Kennis is alles. Het is het medicijn tegen alle kwalen. Ik ben tegen het geven van alleen financiële ontwikkelingshulp. Geld helpt maar even. Als je mensen geld geeft, wat leren ze dan? In ieder geval niet om op eigen benen te staan. Ze blijven afhankelijk, ze worden lui en zeggen op den duur niet eens meer dankjewel. Geldt raakt op, maar kennis blijft. Kennis houdt je alert en maakt je creatief. Ik zie nog zo vaak jonge jongens hier in de buurt die de hele dag niets anders doen dan koeien stelen en met elkaar vechten. Ruzies tussen dorpsgemeenschappen ontstaan doordat jongens rottigheid uithalen, terwijl ze in de schoolbanken thuishoren. Met het geld dat via de Lornah Kiplagat Foundation binnenkomt, financieren we al een paar jaar het schoolgeld voor veel kinderen in de omgeving. Daarnaast bieden we talentvolle meisjes ook studiemogelijkheden in de Verenigde Staten, zodat ze de kennis die ze opdoen later weer kunnen uitdragen in Kenia.
Dit jaar gaan we een begin maken met de bouw van een kostschool voor driehonderd meisjes. Dan komt mijn droom uit. Ja, schrijf maar op: mijn droom. De grote veranderingen in Afrika zullen van die meisjes moeten komen, want zij hebben de toekomst van de mannen in handen. Zij moeten later hun jonge zonen opdragen hard te werken. Zij moeten de jonge mannen duidelijk maken dat vrouwen gelijkwaardig zijn. Deze steen moet ook gaan rollen en ze zál gaan rollen, no doubt about it. Je kunt alles zeggen van Afrika, maar het is geen verloren continent. We moeten alleen aan de slag.’
Lornah Kiplagat is geboren op 1 mei 1974 in Kabimiet, Kenia. Sinds 2003 komt ze officieel uit voor Nederland. Kiplagat is een langeafstandsloopster, die zich niet alleen richt op de weg, maar ook actief is op de baan of in het veld.
Titels
• Wereldkampioene veldlopen in 2007
• Wereldkampioene 20 km in 2007
• Wereldkampioene halve marathon in 2007
• Europees kampioene veldlopen in 2005
• Wereldkampioene 20 km op de weg in 2006
• Nederlands kampioene 10 km in 2005, 2006
• Nederlands kampioene marathon in 2005
Willem van Leeuwen Tijdens en na zijn studie Nederlandse Taal- en Letterkunde werkte Willem van Leeuwen (1959) als correspondent en journalist bij het Amstelveens Weekblad. Daarna was hij onder meer werkzaam voor Twentsche Courant Tubantia. Als freelance journalist en tekstschrijver (sinds 1997) reisde hij voor uiteenlopende reportages, voor tal van bladen, door onder meer India, Kenia, Hongarije, Italië, Maleisië en Indonesië. Voor de rubriek Zin in NRC Next maakte hij een aantal interviews met inspirerende persoonlijkheden. Willems motto: ‘always interested in people, places and possibillities’.Het interview met Lornah Kiplagat werd in januari 2008 gepubliceerd in NRC Next.
Steven van de Vijver (Hamburg, 1977) heeft tijdens zijn studie geneeskunde langere tijd in Ethiopië, India, Australië en de Verenigde Staten gewerkt en daarover gepubliceerd in diverse tijdschriften...
Thijs Niemantsverdriet (1978) is sinds 2004 redacteur van Vrij Nederland. Hij studeerde geschiedenis in Amsterdam en Oxford en woonde in Florence. Tijdens zijn studententijd was hij lid van het cabaretgezelschap Schering en Inslag, waarmee hij in de finale stond van het Leids Cabaret Festival...
Tijn Touber (1960) is schrijver en componist. Hij is oprichter van popgroep Lois Lane en schreef enkele van hun hits. Hun debuutalbum bereikte de eerste plaats van de Album Top 100 en verkocht meer dan 100.000 stuks. Na dit muzikale avontuur trok hij zich terug om zich toe te leggen op bewustzijnsontwikkeling...
Tijdens en na zijn studie Nederlandse Taal- en Letterkunde werkte Willem van Leeuwen (1959) als correspondent en journalist bij het Amstelveens Weekblad. Daarna was hij onder meer werkzaam voor Twentsche Courant Tubantia....
Wil jij ook een interview met jouw held publiceren? Word schrijver voor Moderne Helden