Spring naar inhoud

Moby – Ik houd mezelf altijd een spiegel voor

november 16, 2009

Zijn keuze om de anonimiteit van festivals te ontvluchten en terug te keren naar lange uitgaansnachten in zijn geliefde stad, was logisch. De moderne stedeling voelt zich immers vooral in zijn stad thuis. Zo ook Moby,  die in New York zijn muzikale identiteit opnieuw ontdekte. ‘Sommige artiesten geloven echt in zichzelf, alsof ze het succes ook daadwerkelijk verdienen. Voor mij is alles nog steeds vreemd en onwennig.’

Hoe is het om Moby te zijn?

‘Dat is een grote vraag. Weet je: soms is het goed, soms is het slecht. De waarheid zal wel zijn dat het geweldig is, maar om de een of andere reden – geen idee of dat aan een soort van white guilt (red, schuldgevoel van blanken over racistische behandeling van minderheden tijdens kolonisatie) ligt of aan iets anders – vind ik het moeilijk te accepteren dat ik het goed heb. Gewoon tevreden en in het algemeen gelukkig zijn. Dat zijn niet mijn sterkste kanten. Ik voel me soms als Woody Allen. Zelfs als het mee zit, zit het tegen.’

Je bent op deze tour vooral deejay, en wat minder artiest.

‘Ik was een aantal jaren geleden op tournee en ik speelde shows voor 10.000 mensen. Maar ik merkte dat ik er niet echt gelukkig van werd. Het optreden was leuk, maar het leven in een tourbus en zo ver van huis zijn ging behoorlijk snel vervelen. Na de tour besloot ik om in New York in hele kleine clubs te gaan draaien. Ik merkte dat ik voor tweehonderd mensen draaien eigenlijk leuker vond dan voor 10.000. Dus nu ben ik als deejay op tournee,  wat afwisselender en gemakkelijker is. Elke dag heeft een totaal andere invulling, heel prettig.’

Je doet zelfs akoestische sets.

‘Dat is iets nieuws, maar in New York heb ik bijvoorbeeld ook met een rockbandje gespeeld en zo nu en dan doe ik mijn eigen minifestival met een live optreden. Het is juist die afwisseling die zo prettig is. Maar weet wat je wat? Ik klaagde net over toeren, maar daar voel ik me nu al een ongelooflijke eikel over.  Het is de droom van elke muzikant om een platencontract te tekenen en vervolgens op tournee te gaan. Ik wil eigenlijk helemaal niet zeuren. Maar je moet elke dag die bus in waardoor elke dag er hetzelfde uit ziet. Dat is na een wat langere periode gewoon niet leuk meer.’

Je onlangs verschenen album Last Night is geïnspireerd op het New Yorkse nachtleven.

‘Ik ging het afgelopen jaar zowat elke dag uit en kwam in contact met pure elektronische dansmuziek. Dat inspireerde me enorm. Ik hoorde dj’s, vaak twintigers, naast nieuwe muziek ook veel oude platen draaien. Innercity, maar ook MSTRKRFT. Die mengeling vond ik geweldig. Op die gedachte hinkt het album ook. Het is moderne elektronische dansmuziek, maar kent verwijzingen naar het verleden.’

Elke dag uitgaan. Hoe beleef je zoiets?

‘Amsterdam is een van de weinige plekken waar mensen begrijpen hoe het uitgaan in New York in elkaar zit. Café’s sluiten daar pas om vier uur. Maar in de meeste steden sluiten kroegen al heel vroeg en moet je met de auto naar het uiteinde van de stad om nog wat leuks te doen. Zowel in New York als in Amsterdam kan je heel goed wandelen of met de metro naar een club of een andere tent. Ik woon in de Lower East Side vlakbij Williamsburg, waar echt duizenden uitgaansgelegenheden bevinden. Opblijven tot vijf uur is voor mij heel normaal. Uitgaan is voor mij naar een feestje bij iemand thuis, daarna naar een bar en vervolgens naar wat clubs. Op een goede avond wandel je van de ene naar de andere hoek, en kom je rustig in vijf verschillende tenten.’

Zie je jezelf stiekem nog wel eens als een punkrocker?

‘(lacht) Nou, dat zou ik wel willen maar of ik dat nog ben, is maar de vraag. Ik heb me bijvoorbeeld heel lang verzet tegen het kijken van televisie, juist omdat ik me een echte punker voelde en altijd dacht dat televisie het kwaad symboliseerde. Maar de laatste jaren heb ik geleerd dat televisie kijken best leuk kan zijn. Ik heb zelfs een dvd-speler gekocht om tijdens het toeren de verveling te doden. Ik kijk nu naar 30 Rock, Een grappige serie, dat zich in New York afspeelt. Het ademt echt de stad, heel herkenbaar allemaal.’

Hoe is het met de stad?

‘New York is natuurlijk een hele enerverende plek om te wonen. Ik heb er waarschijnlijk al teveel tijd van mijn leven aan besteed. De stad is de laatste twintig jaar ongelooflijk veranderd. Ooit was het een hele donkere, gevaarlijke plek en nu is het heel open en duur. Natuurlijk gebeurt er veel, er is veel kunst en er zijn veel interessante mensen. Maar er zijn straten in mijn buurt waar je twintig jaar geleden niet veilig door heen kon wandelen, waar nu gebouwen staan die negen miljoen dollar waard zijn. De stad kent een soort gentrification on steroids. Het probleem is dat Manhattan niet groter wordt. Dus de huizen daar worden, onder invloed van een zwakke dollar, alleen maar duurder. New York wordt dan ook steeds meer gevuld met mensen uit het buitenland die daar huizen kopen. Japanners, Europeanen en Zuid-Amerikanen die profiteren van de economische situatie.’

Kan je zeggen dat daarmee de attitude van de stad is veranderd?

‘Omdat het zo duur is, is eigenlijk iedereen al naar Brooklyn verhuisd. Daar is het groter, staan kleinere huizen en is het minder duur. Ik ken geen jonge, creatieve mensen, muzikanten of artiesten die in Manhattan wonen. (met een cynische lach) Dat gedeelte van de stad is voor oude, succesvolle mensen, zoals ik.’

Probeer je met MobyGratis.com wat terug te doen voor dat andere gedeelte van de stad?

‘Ik heb veel vrienden die in de independent filmwereld actief zijn, en die klagen altijd over het feit dat ze de muziek voor hun films niet gelicenseerd krijgen. Het is te duur of mensen bij platenmaatschappijen nemen de telefoon niet op of bellen niet terug. Met Mobygratis geef ik ze een platform voor gratis muziek. Als ze de film vervolgens commercieel willen exploiteren, gaat het geld dat zij voor de muziek zouden moeten betalen naar een goed doel. We hebben er nog niet zoveel promotie voor gedaan maar zitten op dit moment al op zo’n vierduizend korte films. Het is grappig dat er soms op straat of op een vliegveld een filmmaker op me afstapt om me te bedanken. Dat geeft op de een of andere manier een ander gevoel dan wanneer er een fan langskomt om me te bedanken.’

Is film iets waar je meer mee zou willen doen?

‘Ik ben egoïstisch. Mijn doel is om muziek te maken waar mensen naar luisteren. Of dat nu albums uitbrengen, muziek gratis weggeven of muziek voor film maken is, maakt mij niet zoveel uit. Ik zou graag meer soundtracks maken, maar alleen als het ook echt interessant is. Het idee om stereotype, clichématige muziek voor een film te moeten maken, spreekt me niet echt aan.’

Is het gratis op internet ter beschikking stellen van volledige albums op internet uiteindelijk niet onvermijdelijk?

‘Mobygratis is heel experimenteel allemaal, platenmaatschappijen doen er nog steeds erg moeilijk over en snappen het niet echt. Maar begrijpen doe ik dat wel. Ze vallen op dit moment uit elkaar, dus het laatste wat ze willen is dingen gratis weggeven. Er is een zekere paniek in de muziekindustrie, mensen zoeken naar oplossingen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar wat Radiohead onlangs heeft gedaan: eerst het album op internet uitbrengen en mensen vervolgens de keuze geven wat ze ervoor willen betalen om het daarna toch commercieel te exploiteren. Ik bekritiseer ze niet, maar dat was gewoon marketing. Als ze het echt gratis weg hadden willen geven, dan hadden ze dat wel gedaan.’

Ik las op je Myspace blog dat je de Dalai Lama onlangs hebt ontmoet en dat je niet wist waar je het met hem over moest hebben.

‘Mijn label belde me op en vroeg of ik zin had om de Dalai Lama in Philadelphia te ontmoeten. Mijn vriend Serge (red, Serge Tankian van System of a Down), Katie Tunstall en Joss Stone – die ik beiden nog nooit had ontmoet – gingen tegelijkertijd mee. Dus ik dacht, waarom niet. Toen we daar aankwamen dook Snoop Dogg ook ineens op. Toen realiseerde ik me wat een vreemd en divers gezelschap het eigenlijk was. Nou had ik de Dalai Lama nog nooit gesproken en wist niet zo goed of ik nou juist serieuze of grappige vragen aan hem moest stellen. Het werd een combinatie. Hoewel hij een goed gevoel voor humor heeft, kwam hij uiteindelijk heel academisch op mij over. Hij leek eerder een schoolmeester dan een spirituele leider. Hij gaf me hele weloverwogen, analytische antwoorden.’

Is jouw leven eigenlijk niet heel erg opmerkelijk? Je komt uit een arm gezin waarin elk dubbeltje omgedraaid werd. Nu zit je in een van de duurste hotelkamers van de stad.

‘Om heel eerlijk te zijn, vind ik het hier (red, Amstel Hotel) maar niks. Het is niet echt comfortabel. Als een plek waar mijn grootmoeder zou overnachten. Het voelt als een huis voor oudjes. Maar weet je wat eigenlijk heel vreemd is? Ik zit al zolang in hotelkamers, ze vallen me eigenlijk niet eens meer op. Voor mij kan dit het duurste hotel van Amsterdam zijn, of een normaal hotel. Ik zie het niet meer. De waarheid is waarschijnlijk dat ze allemaal een beetje op elkaar lijken. Ze hebben een bed, televisie en een bank. Ik denk dat het enige verschil is dat ze heel erg oude spullen hebben staan of nieuwe meubels. De enige eisen die ik aan een hotelkamer stel zijn; rust, de airco moet goed zijn en gratis internet. Ik word gek van luide, hete kamers zonder internet.’

Je schrijft trouwens erg grappig. Nooit overwogen om daar iets mee te gaan doen?

‘Ik schrijf alleen leuk als ik niet leuk probeer te schrijven. Het is ook wat lastig dat mijn over-over-overgrootvader Herman Melville Hall (red, schrijver van Moby Dick) is. Dat schept toch verwachtingen. Mijn moeder was een heel erg goede schilderes. Toen ik opgroeide, wilde ik dus nooit schilderen, want dat deed zij al. Datzelfde geldt wat mij betreft voor schrijven. Ik doe liever niet wat mensen in mijn familie – ook mijn ooms en tantes waren schrijvers – al hebben gedaan. Maar ik koos in mijn jeugd vooral voor muziek omdat het de kunstvorm was die mij op emotioneel gebied het meeste raakte.’

Wat denkt Moby, als hij nu de videoclip van ‘Go’ terugziet?

‘Als ik naar oude clips terugkijk, zie ik bij sommige video’s vooral veel haar. In die tijd had ik namelijk nog wat op mijn hoofd. Als ik naar ‘Go’ kijk, wat zo’n twintig jaar geleden was, dan realiseer ik me dat mijn leven eigenlijk heel erg hetzelfde is gebleven. Dat maakt me enigszins depressief. Je vraagt je af: moet ik niet ergens anders leven? Wordt het niet tijd voor iets anders? Het is eigenlijk al twintig jaar hetzelfde doen: muziek op mijn slaapkamer maken en op tournee gaan. Sommige platen verkochten honderd exemplaren waarna ik voor vijftig man in een bar optrad, sommige platen miljoenen waardoor ik voor tienduizend man stond te spelen. Maar de dagelijkse invulling is al jaren hetzelfde. Er is dus geen verschil. Nou ja, behalve dat haar dan.’

Je bent volgens mij nog steeds dezelfde persoon als twintig jaar geleden.

‘Ik ben in de jaren ’80 bij een punk rockband begonnen en een van de dingen die je dan leert is dat je jezelf nooit te serieus moet nemen. Ik had in die tijd nooit gedacht dat ik een platencontract zou krijgen, laat staan platen zou verkopen of een muziekcarrière zou hebben. Alles is nog steeds vreemd en onwennig voor mij. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geweldig om hier met jou te zitten, maar ik ga er niet vanuit dat mensen met mij willen praten, dingen van mij willen weten of geïnteresseerd in mij zijn.’

Je bent het tegenovergestelde van de gemiddelde Amerikaanse rapper.

‘Als ik naar andere muzikanten kijk, zijn sommigen zich echt teveel van zichzelf bewust. Ze verwachten als het ware dat mensen met hen willen praten. Voor mij is het, ook al doe ik het al zo lang, nog steeds een onverwachte verrassing. Ik heb geen beroemde vrienden, maar laatst was ik uit met bekende muzikanten en realiseerde ik me in hoeverre hun wereld verschilt met die van mij. Ze geloven echt in zichzelf, alsof ze het succes ook echt verdienen. Een persoon die mij heel erg intrigeert is Kanye West. De wijze waarop hij overkomt is redelijk intellectueel te noemen. Je kan zien dat hij niet dom is, de manier waarop hij als producer samples in zijn muziek inpast is heel handig. Maar tegelijkertijd is hij zo ontzettend vol van zichzelf. Ik zat met open mond te kijken toen hij tijdens de VMA’s op het podium sprong om een award op te eisen, die hij niet won. Vooral zijn argument was boeiend: zijn clip was miljoenen duurder dan die van Justice dus moest die clip winnen. Wat voor
beeld heb je dan van jezelf?’

Wat heb jij voor beeld van jezelf?

‘Omdat ik al zo lang in de business zit weet ik dat er ups en downs zijn in je carrière. Als je eerste album heel succesvol is, en je denkt vervolgens dat je dat verdient, creëer je voor jezelf een hele gevaarlijke situatie. Toen ik Pharrell zo’n zeven jaar geleden een hand wilde geven op een of andere party– ik had een van zijn nummer geremixt – werd ik eerst weggeduwd door zijn bodyguard. Ze waren echt heel erg gemeen. Dus ik had zoiets: oké, prima. Dan niet. Toen kreeg iemand ineens door dat ik Moby was en kreeg ik snel een glas champagne en een handdruk van hem. Toen dacht ik wel: was ik vijf minuten geleden niet precies dezelfde persoon die je wegduwde? Veel mensen nemen zichzelf en de muziekindustrie veel te serieus. Niemand is, behalve als je Bono of Jon Bon Jovi heet, echt lang actief in de industrie. Je moet dus een beetje uitkijken hoe je je gedraagt. Ik houd mezelf altijd een spiegel voor. Moby, denk ik dan. Is dat niet die vreemde, kale gast die muziek in zijn
slaapkamer maakt en op de een of andere manier een platencontract heeft gekregen?’

Meer achtergronden over het interview met held Moby: http://www.crazybirds.nl/blog/detail/mr-nice-guy

Interview is geplaatst in Blend Magazine (september, 2008)

Tekst: Gijs van der Togt (www.crazybirds.nl)

Nog geen reacties

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.