Mimoun Oaïssa – Techniek, smaak en maatschappelijk bewustzijn
Zodra het goed gaat lijkt het makkelijk. Mimoun Oaïssa, zo’n acteur die ook in bijrollen van het doek spat, maakt de indruk dat het hem allemaal geen moeite kost. Met zijn zware wenkbrauwen, brede schouders, onstuitbare babbel en de kwikzilveren intelligentie van de acteur die altijd ziet waar de ruimte zit om zich vrij te spelen is Oaïssa in elke film of serie de blikvanger, van ‘Najib en Julia’ tot ‘Shouf Shouf Habibi’, en van ‘Costa!’ tot ‘Het schnitzelparadijs’. Pas als je de anderen naast hem ziet ploeteren snap je wat een techniek en timing ze vergen, die wereldwijze monoloogjes in ‘Het schnitzelparadijs’, zijn ene arm om de schouder van de nieuwkomer in de keuken van Hotel De Blauwe Gier en het hoofd van zijn koksmaatje onder de andere geklemd, of de landerige, onderuitgezakte uitdeboomkijkerij op het arbeidsbureau in ‘Shouf Shouf Habibi’. Hij is pas dertig, de acteur die namens Nederland naar het Berlijnse filmfestival mocht als een van de 21 Europese Shooting Stars, maar hij heeft er al jaren van zware training op zitten.
‘Van Artisjok 020 ging ik door naar DNA,’ vertelt hij, tussen twee afspraken door op een maandagmorgen in De Balie. ‘Daar leerde ik dat je jezelf niet te klein mag maken. Griepjes of hoofdpijntjes telden niet. Hou jezelf voor altijd voor iets wat groter is dan je hoofdpijn, zeiden ze tegen me, dan zakt-ie vanzelf weg.’ Alida Neslo, Yusuf Daniels en vooral Bart Kiene brachten hem het belang bij van de discipline en autonomie waarmee hij het later zelf moest redden. ‘Dansen, tai chi, kabuki, dat zat er allemaal bij, maar ze hamerden er vooral op dat ik drie dingen tegelijk moest ontwikkelen: techniek, smaak en maatschappelijk bewustzijn. Het duurde nog wel een tijd voordat ik die mix kon koppelen aan het acteurswerk dat ik ambieerde. Pas toen ik al op de toneelschool zat, zag ik plotseling een parallel tussen noh theater en de minimale oogbewegingen waarmee method-actors als Robert de Niro of Al Pacino de spanning binnen een shot opbouwen. Dat snijpunt is heel interessant, dat zou je ook in een opleiding meer kunnen laten zien: wat kan je met dat lespakket van verschillende stijlen en technieken in je toekomstige werkpraktijk? Niet iedereen wordt tenslotte autonoom kunstenaar. En het is ook niet de bedoeling dat je zelf Chinees theater gaat maken.’
Net als voor Jörgen Tjon a Fong en Sabri Saad al Hamus werd de toneelschool voor Oaïssa een gevecht. Over de geijkte cultuurverschillen of uitsluitingsmechanismes horen we hem net zo min als de anderen, maar wel over het gebrek aan discipline, hardheid, motivatie. Hij botste met leerlingen die zich met kwaaltjes afmeldden voor repetities en liep regelmatig gedeprimeerd door de gangen. ‘Gelukkig was ook daar dan Bart Kiene, die me op de schouders sloeg en zei: “Gefeliciteerd! Je hebt een depressie, je bent dus aan het leren.’ En er was natuurlijk Pierre Bokma, die hij als achttienjarige zes, zeven keer was gaan bekijken in ‘Richard III’. Tegen de Filmkrant vertelde hij vorig jaar hoe hij zijn idool voor zich won. De monomane drang om te slagen van de Shooting Star zat er al vroeg in. “Ik ging auditie doen bij de toneelschool en wist meteen: dit is de man die mij moet helpen, ik moet les hebben van Pierre Bokma. Met een mengeling van lef en totale angst ben ik hem gaan stalken. Ben het halve land afgereisd om voorstellingen bij te wonen, heb overal bij de artiesteningangen staan wachten. Het is toch een beetje alsof je Johan Cruijff opbelt met de vraag of hij je komt helpen bij het oefenen van passeerbewegingen.” Bokma kon er niet meer onderuit. Hij begeleidde zijn jonge stalker op de toneelschool, en kort daarna werden ze collega’s bij Toneelgroep Amsterdam.
‘Dat ik anders was speelde geen rol. Ik voelde me acteur tussen de acteurs. Extra begeleiding had ik niet nodig. Het gezelschap hoefde zich in geen enkel opzicht aan te passen voor mij. Rijnders en Van Hove, de regisseurs met wie ik gewerkt heb, deden niet aan typecasting. Er werd volledig kleurenblind gecast.. In Macbeth speelden we allemaal Schotten. Het zijn daar theatermakers pur sang, die zijn echt niet bezig met mijn kleur. Zowel Rijnders als Van Hove hebben ongelooflijk hun best gedaan om me daar te krijgen en te houden. Ik heb er met ontzettend veel plezier gewerkt. Ik behield mijn autonomie, leerde ontzettend veel zowel van de regisseurs als van mijn collega’s .’
Zou het de enige manier zijn om als gekleurde acteur in een lelieblank gezelschap overeind te blijven? De kwestie niet problematiseren, niet eens benoemen zelfs, maar stelselmatig mikken op het hoogste en ‘voorbij de kleur spelen’, zoals Raymi Sambo het onlangs noemde, de acteur die weet wat hem te doen staat om te voorkomen dat hij eeuwig de lachende neger moet spelen. Oaïssa schudde de kleur van zich af en speelde met vervaarlijke concentratie in voorstellingen als de theatrale achtbaan ‘True Love’ en het hoog-gestileerde ‘Massacre at Paris’ – ‘met Kitty Courbois als mijn moeder en Titus Muizelaar als oom’. De jongen die als baby uit het Marokkaanse dorpje Ben-i-Said verhuisde naar Amstelveen stond als twintiger in de grote schouwburgen van het land. Waarom hij wel en anderen niet? ‘Het is ook een keuze. Zo’n gezelschap heeft natuurlijk maar voor een beperkt aantal acteurs ruimte, maar het schouwburgcircuit vraagt ook een bepaalde stijl waar lang niet alle jonge acteurs van houden.’ Toch was ook Oaïssa’s keuze tijdelijk. Het was hem niet genoeg.
‘Bij zo’n groot gezelschap speel je vooral het klassieke repertoire. Daar zit een zekere abstractie in. De techniek en de stijl om aan de eisen van Toneelgroep Amsterdam te voldoen had ik blijkbaar, maar als acteur vond ik op dat moment film aantrekkelijker. Na een workshop van een paar maanden in New York, pure method acting, wist ik het zeker. Technisch vond ik camera-acteren toen interessanter. Een actie-scène op toneel is toch heel anders dan in een film. En film is net zoiets als een wedstrijdavond, dat ene moment waarop je móet presteren. Theater duurt langer, eerst de repetities, dan vind je iets goeds, en dan moet je dat nog dertig of veertig keer herhalen, elke avond opnieuw. Bovendien: ‘mijn’ verhalen wilde ik niet in het theater kwijt. De jonge gasten uit Amsterdam Oost en West, die ze zouden herkennen, gaan niet naar de schouwburg. Ik voelde de ambitie ook helemaal niet om uit te zoeken of ik die twee werelden met elkaar kon verenigen. Tegelijkertijd zag ik in Nederlandse film en tv-series onderwerpen die me niet interesseerden. Het ging altijd over een grachtengordel-bewoner van middelbare leeftijd met een drankprobleem. Ik dacht: volgens mij is het best te doen om iets te maken dat wél leuk is. En ik wilde zelf een hoofdrol spelen in een film, had geen zin om te wachten tot iemand die beschikbaar had. Het werd een optelsom. Ik zocht een andere techniek, een ander publiek, en een ander medium om een verhaal te vertellen.’
Opnieuw liep hij niet in de fuik. Film en televisie blijken al jaren een makkelijker toegankelijk podium voor gekleurde acteurs dan het gevestigde toneel. Het publiek is breder, de codes minder ingewikkeld, de reflectie op de samenleving directer. Maar voor je het weet zit je vast in stereotiepe rollen. ‘Rollen voor Marokkaanse acteurs zijn redelijk beperkt,’ zei Oaïssa in de Filmkrant. ‘In politieseries speelde ik altijd de verdachte – die het overigens nooit gedaan had. Of je wordt gecast als de voorbeeld-Marokkaan. Dan hoef je maar een paar dingen over te brengen: hij is aangepast, spreekt keurig Nederlands, doet het goed op school en is vriendelijk voor dieren en oude vrouwtjes. In zo’n reclame-Marokkaan kan je als acteur natuurlijk niet bar veel kwijt. Ik wilde wel eens een uitdagende rol, liefst in een komedie. Shouf Shouf Habibi was dus eigenlijk werkverschaffing voor mezelf.’
Nederland was er klaar voor. Vier Marokkaanse vrienden en een oude auto, verder was Oaïssa niet, toen hij met zijn plannetje naar scenarist/regisseur Albert ter Heerdt stapte. Een paar maanden later lag het script klaar voor een film die zo perfect op zijn plaats viel dat je je alleen maar kon afvragen waarom niemand eerder op het idee was gekomen. In razende vaart werden alle hoofdrolspelers van het multiculturele drama dat de natie obsedeert tegelijk liefdevol op de hak en grinnikend serieus genomen, van de aangepaste Marokkaanse politieagent tot de trouweloze Hollandse wizzkid, van de boefjes op de hoek tot de slovende moeder die vilein wraak neemt op haar wrakkige echtgenoot. De laatste beelden, waarin de tot conducteur omgetoverde Marokkaanse gabbers zich verslikken in hun bakkie omdat hun trein zowaar op tijd vertrekt, zijn nu al klassieke Hollandse cinema.
Mimoun Oaïssa was het onstuitbare middelpunt. Alle verhalen die hij de schouwburg had onthouden spatten eruit, en zijn techniek laveerde hem zoevend door de ene scène na de andere. Een goede acteur slaat de hele dag de verhalen, accenten, grappen en lichaamshoudingen die hij tegenkomt op, en hier kon Oaïssa er hele karrenvrachten kwijt. Werkverschaffing? Een understatement. De film bezorgde niet alleen hem, maar een klein echelon Marokkaanse acteurs een plek in de schijnwerpers, een nieuwe generatie stadsbewoners zelfvertrouwen en zelfironie, en een groot publiek een blik op het kleine hart van de jongens waar ze overdag met een grote boog omheen lopen. De film werd een televisieserie en maakte de weg vrij voor ‘Het schnitzelparadijs’, inhoudelijk minder sterk maar visueel swingender. Waarmee een genre geboren is en Oaïssa zichzelf heeft opgezadeld met een gewetensvraag. Wordt hij de koning van de lichtvoetige Marokkaanse zedenschets, of weet hij opnieuw de fuik van de stereotypering te ontlopen?
‘Ik lees momenteel ‘Jihad vs. McWorld. How globalism and tribalism are reshaping the world’ van Benjamin Barber. Ik lees veel: tijd winnen door tijd te verliezen. Globalisering, terrorisme, de botsing der culturen, dat zijn de grote verschuivingen van deze tijd. Om die te laten zien, in al hun historische, politieke en economische gelaagdheid, in een aantrekkelijke vorm, dat is ontzettend moeilijk. Maar tussen het werk aan de vervolgserie op Shouf door ben ik op zoek naar een verhaal waarin me dat lukt. Ik wil de perspectieven waar de media vol van staan overstijgen: het rechtse Hollandse, het zoekende linkse, het islamitisch-fundamentalistische. Kunst kan dat. Misschien zit het uiteindelijk meer in de psychologie dan in de politiek. Uiteindelijk zijn we allemaal mensen die door dezelfde mechanismen gedreven worden.’
Zijn uitdrukking houdt het midden tussen bloedserieus en uitdagend: waag het niet hem uit te lachen, onmogelijke ambities heeft hij al vaker waargemaakt. En die schaduw die even over zijn gezicht trekt zou wel eens iets weg kunnen hebben van het verantwoordelijkheidsgevoel van iemand die, of hij nu wil of niet, een gezicht geeft aan zijn generatie. ‘Verantwoordelijkheid? Die heb ik vooral naar mezelf. Om niet steeds hetzelfde te doen, niet in herhaling te vervallen. Ik zie mezelf niet als ‘voorvechter van’. Maak het niet zwaarder dan het is. Mensen kunnen veel meer dan ze denken. Je moet jezelf niet te klein maken door je problemen op te blazen, dat ben ik niet vergeten. Net als met die hoofdpijntjes vroeger bij DNA is het ook met de zwaarte die er nu rond de multiculturele samenleving hangt. Het is best een complexe situatie maar je moet de problematiek van onderlinge verschillen niet overdrijven. Oplossingen zoeken is veel interessanter dan eindeloos op een probleem te blijven hameren. Die knie zeg!’ Hij grijpt met een pijnlijke grimas naar zijn knie. ‘Die knie! Neem nou die knie!’ Hij grijpt er nog eens naar, fronsend en schuddend met zijn hoofd. ‘Je kan je energie erop richten om drie miljoen keer naar die knie te kijken, en hem van alle kanten te onderzoeken, zuchtend en zorgelijk, maar je kan ook je energie richten op het genezen. Of misschien ben je 98 en mag je dolblij zijn dat je alleen maar last hebt van je knie. In de hele integratiediscussie van nu is het niet productief om te blijven steken bij het benoemen van problemen, het is veel interessanter om te werken aan het ontwikkelen van een visie op de toekomst waarin je iedereen meekrijgt. Net of je een bedrijf gaat reorganiseren. Je kan binnenkomen en tegen mensen roepen dat ze niet deugen en dingen niet goed doen. Maar ook zeggen: “dat en dat gaat goed, en als je nu ook dit nog doet dan komen we met het bedrijf uit waar we willen. Lijkt je dat interessant? Nee? Goh, waarom niet?” Echte communicatie, over en weer. Nu gaat het allemaal via decreten en bevelen. En mensen hebben één ding gemeen: als ze niet zien wat ze daaraan hebben, dan doen ze echt niet mee.’
Tijd voor de volgende afspraak, het volgende project, de volgende opname. Mimoun Oaïssa is verslaafd aan de wedstrijdspanning, en iedereen die een kaartje koopt krijgt waar voor zijn geld, daar gaat hij persoonlijk voor zorgen.
CHRIS KEULEMANS (1960) is schrijver en publiceert regelmatig in de Volkskrant, Vrij Nederland en De Gids. In 1992 debuteerde hij bij uitgeverij Van Gennep met Overal om me heen is ruimte, in 1994 gevolgd door Een korte wandeling in de heuvels. Bij uitgeverij De Balie verscheen in 1997 Van de zomer naar de werkelijkheid. In 2004 kwam zijn roman De Amerikaan die ik nooit geweest ben uit. In 2007 publiceerde hij samen met Jos Heijnen Zaterdag één.

Steven van de Vijver (Hamburg, 1977) heeft tijdens zijn studie geneeskunde langere tijd in Ethiopië, India, Australië en de Verenigde Staten gewerkt en daarover gepubliceerd in diverse tijdschriften...
Thijs Niemantsverdriet (1978) is sinds 2004 redacteur van Vrij Nederland. Hij studeerde geschiedenis in Amsterdam en Oxford en woonde in Florence. Tijdens zijn studententijd was hij lid van het cabaretgezelschap Schering en Inslag, waarmee hij in de finale stond van het Leids Cabaret Festival...
Tijn Touber (1960) is schrijver en componist. Hij is oprichter van popgroep Lois Lane en schreef enkele van hun hits. Hun debuutalbum bereikte de eerste plaats van de Album Top 100 en verkocht meer dan 100.000 stuks. Na dit muzikale avontuur trok hij zich terug om zich toe te leggen op bewustzijnsontwikkeling...
Tijdens en na zijn studie Nederlandse Taal- en Letterkunde werkte Willem van Leeuwen (1959) als correspondent en journalist bij het Amstelveens Weekblad. Daarna was hij onder meer werkzaam voor Twentsche Courant Tubantia....
Wil jij ook een interview met jouw held publiceren? Word schrijver voor Moderne Helden